 Hoever ga jij voor jouw collega’s?
Vandaag ging iemand koffie en thee halen voor ons. Maar de theezakjes waren op… Nee, hij had geen nieuwe gehaald in de keuken (1 verdieping omlaag). Een uurtje later waren ze nog steeds niet bijgevuld toen ik koffie ging halen. Maar ik ben wel naar onderen gegaan om nieuwe zakjes te halen. (ik had zelf de thee)
Daarom volgt hier een test. Tel de punten bij elkaar op en zet het in een reactie:
- Als ik koffie ga halen voor mijn collega’s en de theezakjes zijn op, dan denk ik: “dat zouden ze ook niet voor mij doen”.
Ja = 1, Nee = 0.
- Als de telefoon van een collega overgaat, dan neem ik die niet op, want dan had hij/zij de telefoon maar mee moeten nemen.
Ja = 2, Nee = 0.
- Als het WC papier op is, dan denk ik: Die na mij komt die red zich wel.
Ja = 4, Nee = 0.
- Als ik denk dat ik de laatste ben in het pand, dan ga ik niet nog eens extra alle kantoren af voordat ik het alarm erop zet. Als er werkelijk nog iemand is, dan rent die vanzelf wel als het alarm afgaat.
Ja = 8, Nee = 0.
- Als iemand zijn sleutel van het pand vergeten is en er niet in kan, dan zeg ik: Ik ken jou niet. Wie ben jij? Ga weg vreemdeling.
Ja = 16, Nee = 0.
- Er is een bedrijfsfeestje en een collega woont bij jou in de buurt. Die collega vraagt of die met jou mag meerijden, zodat hij kan zuipen. Jij zegt: “Nee, dat gaat niet, want bla bla bla”
Ja = 32, Nee = 0.
- Jouw collega verteld een mop waar werkelijk niemand om kan lachen.
Jij lacht ook niet = 64, Jij lacht wel = 0.
- Jouw baas verteld een mop waar werkelijk niemand om kan lachen.
Jij lacht ook niet = 128, Jij lacht wel = 0.
Tel de punten op en zet het in een reactie. Zo kan ik zien wie ik graag als collega heb.
|